arrow Welkom arrow Nieuws arrow Wijziging re-integratiebeleid Utrecht 2009.
Thursday, 29 July 2010  
 
Menu
Welkom
Handboek SoZaWe
Vergaderingen
Nieuws
Neem contact met ons op
Veel gestelde vragen
WSW-raad Utrecht
WSW documenten
Links voor U.
Administrator

Geef uw mening
Uitkeringen via internet aanvragen?
 

Bezoekers
We hebben 1 gast online
Bezoekers: 163221


voor betaalbare rechtsbijstand

Zoeken



 

Wijziging re-integratiebeleid Utrecht 2009. PDF Afdrukken E-mail

Doe Mee en Vangnetbanen verdwijnen: Veranderingen gemeentelijk re-integratiebeleid fors en ingrijpend. Wel vanaf 1-1-2009 uitstroompremie voor vangnetters.

  

Aanpassingen re-integratieinstrumentarium gemeente Utrecht 2008 tot en met 2011.

 
   

Gemeente Utrecht

Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling

Sociale Zaken en Werkgelegenheid

9 december 2008


Inhoud

Inhoud 2

1. Inleiding 3

2. De uitgangspunten 6

3. Het re-integratieaanbod in 2009 7

4. De maatregelen 11

5. Het resultaat van de maatregelen 15

6. Het resultaat zonder de maatregelen 18

7. Inrichting van het aanbod voor de onderkant van de arbeidsmarkt 21

8. Hoofdlijnen Aanbesteding 2010 22

9. Risico’s 23

10. Het vervolg 24

BIJLAGE 1 Inrichting van het aanbod voor de onderkant van de arbeidsmarkt 25

BIJLAGE 2 Hoofdlijnen Aanbesteding 2010 27

  

1. Inleiding

Gemeenten ontvangen jaarlijks van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een budget voor de re-integratie van hun klanten, zowel bijstandsgerechtigden als niet-uitkeringsgerechtigden. In de afgelopen jaren had Utrecht, net als veel andere gemeenten, een grote reserve opgebouwd aan re-integratiebudget. Om tot een goede besteding te komen van dit budget te komen is nieuw beleid ontwikkeld.

In het voorjaar van 2007 heeft de Raad het nieuwe re-integratiebeleid voor de gemeente Utrecht voor de jaren 2007 - 2010 vastgesteld. In de nota "Aan de Poort, Op de Ladder en Aan het Werk" is vastgelegd welke instrumenten worden ingezet om de duurzame arbeidsinpassing van re-integratieklanten te realiseren.

Bij het nieuw ontwikkelde beleid was rekening gehouden met het feit, dat de bijdrage van het Ministerie in de komende jaren drastisch terugloopt. Was in 2006 de bijdrage nog bijna € 50 miljoen, in 2011 zal dit gedaald zijn naar ruim € 36,5 miljoen.

Er is vooral nieuw aanbod gecreëerd voor klanten met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt. Tijdelijke Doe Mee banen zijn tot stand gekomen, er zijn contracten afgesloten met partijen om in een relatief korte periode klanten met zware problemen, zoals psychiatrische problemen en/of verslaving, te begeleiden richting participatie of werk. Ook is het bedrag van de vangnetsubsidie verhoogd, zodat werkgevers over de streep gehaald worden en een dienstverband aanbieden aan een sollicitant die zij anders niet aan zouden nemen.

We zijn nu anderhalf jaar verder en kunnen constateren dat het nieuwe beleid succesvol is geweest. Er is met man en macht gewerkt aan de realisatie van de maatregelen en met succes. De uitstroom uit de bijstand loopt volgens planning en de resultaten van de verschillende re-integratiecontracten zijn goed.

Echter, vooral de loonkostensubsidie Vangnet is zo vaak toegepast, dat de financiële grenzen van het re-integratiebudget van de gemeente Utrecht snel in zicht komen. In de Nota "Aan de Poort" werd uitgegaan van 125 nieuwe vangnettoepassingen per jaar, dus in vier jaar 500. Alleen al in 2008 zullen er 637 subsidies worden toegekend. Vooral de tweede helft van 2008 laat een spectaculaire stijging zien. De vangnetsubsidie is een relatief duur instrument met een lange looptijd. Een stijging van het aantal vangnetsubsidies heeft daarom verregaande financiële consequenties. Door de plotselinge stijging is dit pas relatief laat in het jaar duidelijk geworden. Enerzijds duidt dit op een succesvol instrument, dat veel klanten en werkgevers heeft ondersteund; de keerzijde is natuurlijk het grote beslag op de financiën van de gemeente Utrecht. Financiën, die door de lagere bijdrage van het Ministerie een steeds beperktere omvang hebben. Een aanpassing van het beleid is dus nodig.

Een werkgroep bestaande uit vertegenwoordigers van beleid, uitvoering en planning en control van de afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de opdracht gekregen om vóór 1 januari 2009 een uitgewerkt voorstel te doen met maatregelen voor een aangepast re-integratiebeleid binnen de toekomstige financiële mogelijkheden van de gemeente.

Een parallelle ontwikkeling die ook een plaats heeft gekregen in de voorgestelde maatregelen zijn de uitgebreidere mogelijkheden voor klantmanagers om een schakel in de re-integratie van de klant te zijn. De functie van de klantmanager wordt verder ontwikkeld naar een professional op re-integratiegebied, die zowel de regiefunctie als de uitvoering van een aantal re-integratietaken effectief en efficiënt uitvoert.

Zonder aanpassingen in het instrumentarium laat de prognose voor 2009 bij ongewijzigd beleid een verwacht tekort van bijna 17 miljoen euro zien op het re-integratiebudget. Bij ongewijzigd beleid kan dat tekort in 2010 dan oplopen tot bijna 54 miljoen euro.

Het is duidelijk dat er strak gestuurd moet worden om tot een gunstiger financieel resultaat op het re-integratiebudget te komen. Een aantal maatregelen is al in 2008 ingezet en veel maatregelen zullen in 2009 van start gaan. Het weer in balans brengen van de inkomsten (zonder benutting spaargeld) met de uitgaven op het re-integratiebudget kan – gezien de langlopende verplichtingen van de loonkostensubsidies en contractafspraken – in 2011 gerealiseerd worden.

Deze notitie bestaat uit de volgende onderdelen:

De inleiding.

Hier wordt de aanleiding geschetst en de inhoud van de notitie gepresenteerd.

De uitgangspunten

Wat zijn de doelstellingen die de gemeente Utrecht met haar re-integratieaanbod wil realiseren en aan welke randvoorwaarden is zij gebonden?

Het re-integratieaanbod in 2009

In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven welke mogelijkheden er vanaf 2009 beschikbaar zijn en blijven voor de re-integratieklanten van de gemeente Utrecht. Er wordt weliswaar geschrapt in de re-integratiemogelijkheden van klanten, maar in 2009 is nog een ruim aanbod beschikbaar voor klanten.

De maatregelen

De maatregelen om tot een verantwoorde inzet van re-integratiemiddelen te komen worden in deze paragraaf gepresenteerd. De maatregelen worden onderverdeeld in vier categorieën:

Budgettaire verschuivingen, die geen gevolgen hebben voor de klant

Wijzigingen in het re-integratie-instrumentarium, exclusief de loonkostenvergoedingen

Wijzigingen in de loonkostenvergoedingen

Overige bezuinigingen in de organisatie van het re-integratieaanbod

Het resultaat van de te nemen maatregelen

Wanneer de in de paragraaf 4 beschreven maatregelen worden uitgevoerd is er in 2011 evenwicht in de inkomsten en uitgaven op het re-integratiebudget. In deze paragraaf wordt een overzicht gegeven van de uitgaven de komende jaren, plus inzicht in het financiële resultaat op het re-integratieaanbod per kalenderjaar. Ook in beeld wordt gebracht welke gevolgen de maatregelen hebben voor het inkomensdeel van ons WWB-budget.

Het resultaat zonder de maatregelen.

Hier wordt geschetst welke tekorten er zouden ontstaan wanneer er geen maatregelen worden genomen. Welke zijn dan de belangrijkste veroorzakers van een tekort en in welke mate is hierbij sprake is van langlopende verplichtingen.

Inrichting van het aanbod voor de onderkant van de arbeidsmarkt.

De maatregelen grijpen in op de mogelijkheden van Utrechtse re-integratiebedrijven die voor klanten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt werk bieden en re-integratie verzorgen. Deze bedrijven verzorgen ook diensten voor de stad, zoals het beheer van fietsenstallingen en de groenvoorziening. Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SoZaWe) van de gemeente Utrecht wil een bijdrage leveren aan het opnieuw inrichten en vormgeven van deze sociale infrastructuur, uiteraard binnen haar mogelijkheden en verantwoordelijkheden. Daartoe zal SoZaWe aan een externe, neutrale, adviseur een advies vragen. Het advies van deze adviseur zal dienen als input voor de aanbesteding van de re-integratieactiviteiten van SoZaWe in dit kader. In paragraaf 7 en bijlage 1 wordt de opdracht beschreven.

Aanbestedingen voor de re-integratie in 2010

Eind 2009 lopen de meeste contracten met re-integratiepartijen af. Dit betekent dat Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2009 aanbestedingsprocedures moet uitvoeren voor de dienstverlening die in 2010 beschikbaar moet zijn. De hoofdlijnen voor de aanbestedingen worden in deze paragraaf en in bijlage 2 geschetst.

De risico’s

In deze paragraaf worden kort de risico’s aangestipt. De maatregelen zullen er bijvoorbeeld toe leiden, dat klanten langer afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering. Verder wordt gemeld, dat prognoses zijn gebaseerd op aannames. Realisatie kan afwijken van de prognoses.

Het vervolg

In deze paragraaf wordt het vervolg traject geschetst. Elementen zijn in ieder geval:

De periodieke informatieverstrekking over de ontwikkelingen in het re-integratiebudget en het inkomensbudget

Het informeren van de commissie over het advies voor de onderkant van de arbeidsmarkt

Het aanbieden aan de commissie en de raad van het (gewijzigd) re-integratiebeleid, inclusief een aangepaste re-integratieverordening.

Het plan van aanpak voor de implementatie van de maatregelen.

Bijlage 1 Uitwerking van de opdracht voor de onderkant van de arbeidsmarkt

Bijlage 2 Hoofdlijnen van de aanbesteding

2. De uitgangspunten

Het re-integratiebudget dat het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in 2011 aan de gemeente Utrecht zal verstrekken, bedraagt ruim € 36,5 miljoen. De maatregelen moeten daarop gebaseerd worden.

In de loop van 2011 moeten inkomsten en uitgaven op het re-integratiebudget in balans zijn. Het re-integratiebudget maakt vanaf 2010 onderdeel uit van het Participatiebudget. De gemeente ziet het als haar verantwoordelijkheid om een goede besteding van de haar ter beschikking staande middelen te realiseren.

De gemeente Utrecht is een betrouwbare contractpartij en komt haar aangegane verplichtingen zoveel als mogelijk na naar werknemers met een loonkostensubsidie of ander (door SoZaWe) betaald dienstverband, naar werkgevers die gebruik maken van de loonkostensubsidiemogelijkheden van de gemeente en van de re-integratiepartijen die met de gemeente Utrecht een contract hebben afgesloten.

De gemeente wil in de bemiddeling naar ongesubsidieerd werk van haar re-integratieklanten, zowel bijstandsgerechtigden als niet-uitkeringsgerechtigden een maximaal resultaat bereiken, ook met een teruglopend budget.

SoZaWe probeert hierbij de uitkeringsduur van klanten zo kort mogelijk te houden en op de uitgaven op het inkomensbudget geen tekort te laten ontstaan.

SoZaWe wil aan de klanten aan de onderkant van de arbeidsmarkt een goed traject kunnen bieden, waar zij maximaal ondersteund worden in het opdoen van werkervaring en bij het vinden van een ongesubsidieerde baan.

De klantmanager is een onmisbare schakel om ongesubsidieerde uitstroom van de bijstandsklanten en niet-uitkeringsgerechtigden te realiseren. De nieuwe invulling van de functie van de klantmanager geeft hiertoe ook de mogelijkheid.

SoZaWe benut de nieuwe landelijke mogelijkheden, zoals de participatieplaatsen die in het kader van het wetsvoorstel Stimulering Arbeidsparticipatie (STAP) worden gecreëerd en voert landelijke nieuwe opdrachten, zoals de scholing- of werkplicht voor jongeren tot 27 jaar in het kader van de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) uit.

Het re-integratieaanbod in 2009

In paragraaf 4 van deze notitie wordt een aantal aanpassingen van het re-integratie-instrumentarium beschreven. De vangnetsubsidie wordt op 0 gezet en het bereik of de inhoud van sommige maatregelen worden beperkt.

De hoofdlijn echter is, dat het overgrote deel van de re-integratie ook in 2009 in tact blijft, zoals uit onderstaand overzicht blijkt. Hier wordt het re-integratieaanbod dat in 2009 beschikbaar is voor onze klanten beschreven, wanneer alle voorgestelde maatregelen worden uitgevoerd. Er kan nog steeds maatwerk worden geboden en rekening worden gehouden met de afstand tot de arbeidsmarkt en de wensen en mogelijkheden van de klant.

Klantmanager

De klantmanager krijgt een zwaardere verantwoordelijkheid in de re-integratie. Voor iedere klant voert de klantmanager met behulp van de Re-integratie Module Wigo4it (RMW) een diagnose en matching op vacatures uit. De kansrijke klanten bemiddelt de klantmanager zelf of met behulp van Werk 030. Als de klant een uitgebreider re-integratieaanbod nodig heeft, geeft de klantmanager een opdracht aan een van de contractpartijen om een traject uit te stippelen en uit te voeren. De klantmanager voert de regie op het traject. Ten slotte is er een groep klanten waarvoor vrijwilligerswerk te hoog gegrepen is. Dan begeleidt de klantmanager de klant richting een hulpaanbod, activiteiten enzovoorts, zodat de klant stappen zet in een richting van sociale activering en het oplossen van belemmeringen.

Werk 030, uitgevoerd door SoZaWe

Werk 030 is een bemiddelingsunit van de gemeente Utrecht, van waaruit vacatures worden geacquireerd voor klanten van SoZaWe. Werk 030 bemiddelt klanten naar regulier werk met of zonder opstapsubsidie. Ook voert Werk 030 Social Return Utrecht uit en ontwikkelt het werkgelegenheidsprojecten in samenwerking met bedrijven.

Werk Loont!, uitgevoerd door SoZaWe/UW Reïntegratie

Dit is een work-first-aanpak van drie maanden voor volwassen bijstandsgerechtigden vanaf 27 jaar. Op locatie is inpak- en montagewerk beschikbaar en wordt – wanneer dat voor de klant wenselijk is – gezocht naar andere werkzaamheden, zoals receptie- en administratief werk. Daarnaast worden werkzaamheden gezocht bij andere bedrijven, in allerlei beroepsrichtingen. Werk Loont! biedt werkervaring en bemiddeling van de klant naar regulier werk.

Doe Mee Banen, uitgevoerd door Agens/UW Reïntegratie

Deze organisatie heeft voor de gemeente 200 additionele betaalde banen gecreëerd voor maximaal drie jaar voor klanten die aantoonbaar niet in staat zijn gebleken om een baan bij een reguliere werkgever te bemachtigen, zelfs niet met een loonkostensubsidie. Daarnaast zal vanaf 1 juli 2009 de Doe Mee organisatie aan 50 personen een participatieplaats aanbieden.

Ten slotte zoekt deze organisatie vrijwilligersplekken voor klanten die dat als onderdeel van hun re-integratietraject nodig hebben.

Zorgcontract Volte, uitgevoerd door Gids/Centrum Maliebaan/Altrecht

Met dit contract wordt een divers aanbod voor psychiatrische patiënten en verslaafden gerealiseerd, bestaande uit: hulpverlening (psychiatrie, verslavingszorg), schuldhulpverlening, dagbesteding, scholing, sport, Nederlandse taalprogramma’s, begeleiding en bemiddeling naar vrijwilligers- en betaald werk. De intensiteit verschilt per klant en is minimaal 4 uur per week en maximaal 32 uur per week.

Zorgcontract Agens Zorg, uitgevoerd door Agens

Dit contract biedt een intensief, divers aanbod voor klanten met een meervoudige problematiek met een lichtere vorm van hulpverlening, schuldhulpverlening, dagbesteding, scholing, sport, Nederlandse taalprogramma’s, begeleiding en bemiddeling naar vrijwilligers- en betaald werk. De intensiteit verschilt per klant en is minimaal 4 uur per week en maximaal 32 uur per week.

Activering Noord, uitgevoerd door Alexander Calder

Calder levert een divers, intensief aanbod van begeleiding, scholing, Nederlandse taalprogramma’s, taal(werk)stages, jobhunting, bemiddeling, sollicitatietraining en werkervaring. Er worden werkgelegenheidsprojecten georganiseerd in samenwerking met werkgevers in verschillende sectoren. Indien mogelijk maakt werkervaring onderdeel uit van het traject. De intensiteit is in principe 32 uur per week.

Activering Zuid KLIM, uitgevoerd door Agens/UW Reïntegratie

Ook de combinatie Agens/UW Reïntegratie biedt een divers, intensief aanbod van begeleiding, scholing, Nederlandse taalprogramma’s, jobhunting, bemiddeling, sollicitatietraining, taal(werk)stages en werkervaring. Er worden werkgelegenheidsprojecten georganiseerd in samenwerking met werkgevers in verschillende sectoren. Indien mogelijk maakt werkervaring onderdeel uit van het traject. De intensiteit is in principe 32 uur per week.

Activering en Work First voor jongeren tot 27 jaar, uitgevoerd door FourstaR

FourstaR biedt een drietal programma’s voor respectievelijk jongeren die bemiddeld kunnen worden naar regulier werk, voor jongeren met een zware problematiek en voor alleenstaande ouders met jonge kinderen. Er wordt een divers, intensief aanbod gegeven van werkervaring met behoud van uitkering of betaald in verschillende sectoren (onder meer inpak- en montagewerk, houtbewerking, catering, administratie en beveiliging), begeleiding, trainingen, zoals werknemersvaardigheden, sportactiviteiten, Nederlandse taalprogramma’s, taal(werk)stages, motivatietraining, sollicitatiebegeleiding en bemiddeling. De intensiteit is in principe 32 uur per week. De verwijzing van klanten naar een beroepsopleiding en de Wet studiefinanciering is een van de opdrachten van de gemeente Utrecht aan FourstaR.

Scholingsmakelaar, RBO Groningen

Via de scholing- en trainingsmakelaar kan Werk Loont!, Werk 030 en klantmanager een scholing of training inkopen voor een klant die geen re-integratietraject nodig heeft, maar wel (en uitsluitend) een scholing nodig heeft. Er kan scholing of training ingekocht worden wanneer dit rechtstreeks bijdraagt aan de uitstroomkansen van de klant.

Banenoffensief Vluchtelingen Utrecht, uitgevoerd door VluchtelingenWerk Midden Nederland (VWMN), Emplooi en UAF (Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF; University Assistance Fund)

Dit is een aanbod speciaal ontwikkeld voor vluchtelingen, waarbij VWMN een taalwerkstage biedt en Emplooi (voor lager en middelbaar geschoolden) en UAF voor hoger geschoolden) de klant bemiddelt naar regulier werk (al dan niet met opstapsubsidie).

Starterbegeleiding, uitgevoerd door Alexander Calder/Wesseling

Dit begeleidingsaanbod staat open voor klanten die voor zichzelf willen beginnen. Zij worden ondersteund bij het ontwikkelen van hun bedrijfsidee en het maken van een ondernemingsplan.

Re-integratieaanbod voor dak- en thuislozen, uitgevoerd door Bureau Wesseling/Centrum Maliebaan.

De combinatie Wesseling/Centrum Maliebaan biedt een divers aanbod voor dak- en thuislozen bestaande uit: hulpverlening, schuldhulpverlening, dagbesteding, scholing, sport, Nederlandse taalprogramma’s, begeleiding en bemiddeling naar vrijwilligers- en betaald werk. De intensiteit verschilt per klant en is minimaal 4 uur per week en maximaal 32 uur per week.

Samenlooptrajecten, uitgevoerd door re-integratiebedrijven, Bureau Inburgering en taalscholen.

Via de samenlooptrajecten worden gecombineerde inburgering- en re-integratietrajecten gerealiseerd. De trajecten zijn bedoeld voor zowel inburgeringsplichtigen als inburgeringbehoeftigen, dus voor iedereen die op grond van een onvoldoende Nederlandse taalvaardigheid niet kan re-integreren in de Nederlandse samenleving. Er zijn trajecten voor klanten met een geringe, grote of zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt. De trajecten hebben altijd twee doelstellingen: een taaldoel en een re-integratiedoel. Voor klanten die lager of middelbaar geschoold zijn is het taaldoel NT-2 (Nederlands als tweede taal)-niveau 2. Voor hoger opgeleiden is het te bereiken taalniveau NT-2 niveau 3. Het uitstroomdoel hangt af van de afstand tot de arbeidsmarkt. Voor de activeringsklanten is het te bereiken doel regulier werk, al dan niet met opstapsubsidie. Voor de zorgklanten is het doel vrijwilligerswerk, een participatieplaats of Doe Mee Baan of, zo mogelijk, regulier werk (eventueel met opstapsubsidie). De trajecten kunnen door alle re-integratiebedrijven worden ingezet voor hun klanten. Dan wordt samen met Bureau Inburgering een plan opgesteld, waarin de beide onderdelen van het traject integraal worden beschreven en samen uitgevoerd.

Geïntegreerde trajecten voor allochtone klanten, uitgevoerd door re-integratiebedrijven en ROC Midden Nederland,

In de geïntegreerde trajecten wordt een beroepsopleiding gecombineerd met een stageplaats, ondersteunend Nederlandse taalonderwijs, begeleiding en bemiddeling naar regulier werk. Er kan in allerlei richtingen een beroepsopleiding worden gevolgd, bijvoorbeeld horeca, verzorging, bedrijfsadministratie, ICT en techniek. Ook is een variant beschikbaar waarbij klanten een schakel wordt geboden naar een HBO- of universitaire opleiding.

Deze trajecten, die leiden tot een startkwalificatie, kunnen door alle re-integratiebedrijven voor hun klanten worden ingezet.

Een aparte variant van de geïntegreerde trajecten is bestemd voor klanten die een WWB-uitkering hebben of tot de doelgroep niet-uitkeringsgerechtigden behoren en in aanmerking komen voor studiefinanciering wanneer zij een beroepsopleiding gaan doen. Zij worden nog een half jaar begeleid door het re-integratiebedrijf en krijgen een cursusjaar het extra taalonderwijs. Daarmee wordt de overgang naar het reguliere beroepsonderwijs vergemakkelijkt.

Intensief taalaanbod voor hoger opgeleiden, uitgevoerd door Regina Coeli in Vught.

In het kader van het realiseren van meer (snellere) mogelijkheden voor hoger opgeleide allochtonen, loopt momenteel een pilot bij instituut Regina Coeli in Vught (ook wel "de nonnen van Vught" genoemd). Dit instituut verzorgt een bijzonder intensief traject, waar klanten in een beperkt aantal weken op een hoger NT-2-niveau gebracht worden. Dit aanbod is alleen geschikt voor hoogopgeleide, bijzonder gemotiveerde klanten, die zich goed kunnen concentreren en in staat zijn om een of meer weken (van zondagavond tot en met vrijdagavond) naar Vught te gaan. In totaal nemen 15 klanten deel aan dit aanbod. Eind februari 2009 is de evaluatie van het taalaanbod afgerond en kunnen vervolgbesluiten genomen worden.

Persoongebonden Re-integratie Budget (PRB)

Voor klanten die zelf invulling willen en kunnen geven aan hun re-integratie, bestaat de mogelijkheid om een PRB aan te vragen. Wanneer het voorstel duidelijk bijdraagt aan het arbeidsmarktperspectief van de klant, wordt er voor een klant een traject/begeleiding/scholing ingekocht.

Opstapsubsidie

Werkgevers die een bijstandsgerechtigde in dienst nemen die een grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft kan een aanvraag indienen voor een opstapsubsidie. Deze subsidie bedraagt € 10.000 per jaar en kan eenmalig worden aangevraagd.

Uitstroompremies

Een bijstandsgerechtigde stroomt uit naar werk op een opleiding

Als een bijstandsgerechtigde uitstroomt naar betaald werk of studiefinanciering heeft hij/zij recht op een uitstroompremie van € 1.000. Deze premie is bedoeld voor klanten die in de 18 maanden voorafgaand aan de uitstroom minimaal 12 maanden een bijstandsuitkering hebben gehad. Zij krijgen de premie als zij minimaal zes maanden aan het werk zijn of via studiefinanciering een opleiding volgen.

Een werknemer op een vangnetbaan vindt ongesubsidieerd werk

Voor werknemers die een baan hebben, waarvoor de werkgever een vangnetsubsidie krijgt bestaat vanaf 1 januari 2009 de mogelijkheid om een tweede uitstroompremie te krijgen. Wanneer de werknemer uiterlijk twee maanden voordat de vangnetsubsidie eindigt een baan vindt zonder loonkostensubsidie, ontvangt de werknemer een premie van € 1.000. Het recht op deze premie ontstaat als de werknemer minimaal zes maanden op de ongesubsidieerde baan werkt.

Participatieplaatsen

Het wetsvoorstel Stimulering Arbeidsparticipatie (STAP) creëert mogelijkheden voor participatieplaatsen in Utrecht. Voor klanten voor wie een betaalde baan, al dan niet met opstapsubsidie, nog niet mogelijk is gebleken, wordt een werkervaringsplaats met behoud van uitkering gecreëerd. De uitvoerder van deze regeling ontvangt een bedrag per persoon voor de begeleiding, de ontwikkeling van de competenties en de bemiddeling van de klant naar betaald werk.

Vanaf 1 juli 2009 zal dit instrument beschikbaar zijn, in eerste instantie via de Doe Mee Organisatie. In 2009 wordt een aanbestedingsprocedure uitgevoerd om voor de uitvoering van de participatieplaatsen een nieuwe contractpartij te selecteren. Vanaf 1 januari 2010 zal dit contract kunnen starten.

Proefplaatsingen

Het is in verschillende situaties, bijvoorbeeld bij een opstapsubsidie of een werkgelegenheidsproject, mogelijk om een proefplaatsing te realiseren. Een klant kan dan – met behoud van uitkering – een aantal weken of maanden aan de slag bij een werkgever.

De maatregelen

De afgelopen maanden heeft SoZaWe onderzocht welke aanpassingen er nodig zijn om de uitgaven in overeenstemming te brengen met de verwachte budgetten in de komende jaren. Op 28 oktober heeft het College al een aantal maatregelen genomen, maar die zijn nog niet voldoende. Hieronder staan alle maatregelen op een rijtje, gerubriceerd in vier categorieën. Tussen haakjes staat vermeld wie bevoegd is tot het nemen van het besluit.

Rubriek

Besparing op het re-integratiebudget

Budgettaire verschuivingen, die geen gevolgen hebben voor de klant.

€ 9,8 miljoen

Wijzigingen in het re-integratie-instrumentarium, exclusief de loonkostenvergoedingen

€ 6,7 miljoen

Wijzigingen in de loonkostenvergoedingen.

€ 24,2 miljoen

Overige maatregelen in de organisatie van het re-integratieaanbod.

€ 8,3 miljoen

Budgettaire verschuivingen, die geen gevolgen hebben voor de klant.

Effect: € 9,8 miljoen

Omzetten inburgeringsdeel samenlooptrajecten 2008 en 2009 naar financiering via Wet Inburgering (SoZaWe/BIGU, vanaf 1-1-08)

Tot nu toe worden de volledige kosten voor de samenlooptrajecten, zowel het re-integratie- als het inburgeringsdeel vanuit het re-integratiebudget gefinancierd. Met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2008 wordt de financiering van een deel van de kosten van het inburgeringsdeel van de samenlooptrajecten op basis van de Wet Inburgering gerealiseerd.

Ontwikkelplan nazorg goedkoper: inkorten duur begeleiding (SoZaWe per 1-1-09)

De opstapsubsidie heeft een looptijd van een jaar. De begeleiding van klanten die met vrijwilligerswerk hun traject beëindigden wordt overgenomen door de klantmanager. De begeleidingsduur voor de re-integratiebedrijven wordt dus veel korter dan de huidige drie jaar bij een vangnetbaan en vrijwilligerswerk.

Overhevelen activiteiten van re-integratiebudget naar arbeidsmarktbudget (SoZaWe per 1-1-08)

Er is ruimte over op het arbeidsmarktbudget. Een aantal re-integratieactiviteiten wordt nu geboekt op het arbeidsmarktbudget.

Inzet uitkeringsbudget ter financiering van de loonkosten van Werk Loont en verloning Jongeren (SoZaWe per 1-1-09)

De klanten die bij Werk Loont aan het werk gaan, blijven een arbeidsovereenkomst krijgen, maar een deel van de loonkosten wordt gefinancierd via het inkomensdeel van het WWB-budget. Hiervan merkt dus de Werk Loont-medewerker niets.

ESF-aanvraag (SoZaWe per 1-1-10)

In 2009 wordt onderzocht of het mogelijk is om voor het nieuw in te kopen instrumentarium een ESF-aanvraag in te dienen en of de kosten-batenanalyse positief uitvalt.

BTW-vrijstelling op de loonkosten (SoZaWe per 1-1-08)

Het is mogelijk om een vrijstelling te krijgen van de BTW voor de loonkosten die het re-integratiebedrijf betaalt in onze opdracht.

Wijzigingen in het re-integratie-instrumentarium, exclusief de loonkostenvergoedingen.

Effect: € 6,7 miljoen

Snel plaatsbare klanten niet meer naar Werk Loont, maar direct naar klantmanager en Werk 030 (SoZaWe vanaf 1-1-09)

Een klein deel van de klanten heeft het traject van Werk Loont niet nodig om een ongesubsidieerde baan te vinden. Deze klanten worden direct overgedragen aan de klantmanager die samen met de bemiddelingsunit Werk 030 een intensief bemiddelingstraject start. Deze taak past in de nieuwe opdracht voor de klantmanager.

Niet-uitkeringsgerechtigden niet meer naar Werk Loont (SoZaWe vanaf 1-11-08)

Ten onrechte bleken er in 2008 een aantal niet-uitkeringsgerechtigden bij Werk Loont te zijn begonnen. De selectie aan de poort is verbeterd, waardoor dat niet meer voorkomt.

Klanten met een zeer lage taalvaardigheid en geringe leerbaarheid niet meer naar Werk Loont, maar op een samenlooptraject (SoZaWe vanaf 1-12-08)

Het is niet mogelijk voor Werk Loont om mensen met een zeer lage taalvaardigheid en een beperkte leerbaarheid te bemiddelen. Deze klanten zijn meer gebaat bij een samenlooptraject (een combinatie van inburgering en re-integratie) en zullen daarvoor worden aangemeld.

Dak- en thuislozen niet meer naar Werk Loont, maar naar Wesseling/Centrum Maliebaan (SoZaWe vanaf 1-12-08)

De problematiek van dak- en thuislozen is lastig op te lossen voor Werk Loont. Klanten hebben meer baat bij een hierin gespecialiseerd traject via Wesseling/Centrum Maliebaan.

Geen ontwikkelplan nazorg meer voor klanten die het traject beëindigen met vrijwilligerswerk (SoZaWe vanaf 1-1-09)

Sinds 2008 worden klanten die een traject beëindigen met vrijwilligerswerk vervolgens nog drie jaar begeleid door een re-integratiebedrijf via een ontwikkelplan nazorg. Deze opdracht past goed in de nieuwe invulling van de rol van de klantmanager en wordt daarom overgedragen aan de klantmanagers.

Geen traject meer voor klanten die maximaal sociale activering als doel van de voorziening kunnen realiseren (SoZaWe vanaf 1-1-09)

Een aanzienlijk deel van de klanten die worden aangemeld bij een van re-integratiebedrijven voor een zorgtraject, wordt aangemeld met als doel sociale activering. Deze trajecten kosten soms meer dan € 10.000 per klant. Er wordt gedurende dit traject een veelheid van instrumenten ingezet voor de klant, maar het geformuleerde einddoel van het traject is bescheiden, namelijk het gedurende een aantal uren per week een activiteit ondernemen. Het te behalen resultaat staat – gezien de nieuwe financiële situatie – niet meer in verhouding tot de kosten. Bovendien past deze taak ook heel goed in de nieuwe invulling van de taak van de klantmanager. De klantmanager zet bij de realisatie van het doel, behalve de eigen begeleiding, ook maximaal de sociale kaart in Utrecht in.

Schrappen van een deel re-integratiemogelijkheden voor Werk Loont-klanten (SoZaWe vanaf 1-1-09)

Werk Loont kent een uitgebreid re-integratie-instrumentarium. Samen met Werk Loont wordt bepaald welke onderdelen hiervan niet absoluut noodzakelijk zijn om het beoogde resultaat te behalen.

Bij nieuwe aanbestedingen van samenlooptrajecten het budget voor het inburgeringsdeel maximeren op huidig bedrag dat het Rijk in het kader van Wet Inburgering ter beschikking stelt. (SoZaWe/BIGU vanaf 1-1-10)

De kosten voor het inburgeringdeel van een samenlooptraject zijn in Utrecht € 9.000. De vergoeding vanuit het Ministerie van VROM die de inburgering aan gemeenten betaalt is momenteel € 4.000 voor een bijstandsgerechtigde en € 6.000 voor een niet-uitkeringsgerechtigde. Vanaf de nieuwe aanbestedingsperiode zullen de kosten niet hoger mogen zijn dan de huidige landelijke normbedragen.

Bij nieuwe aanbestedingen re-integratie alleen een resultaatvergoeding bij uitstroom naar ongesubsidieerde arbeid. (SoZaWe vanaf 1-1-10)

In de nieuwe aanbestedingen wordt – net als nu – gewerkt met het systeem dat een deel van de trajectprijs vergoed wordt bij de start en een deel bij een behaald duurzaam resultaat. In de nieuwe aanbestedingen wordt het resultaatdeel van de trajectprijs alleen nog betaald bij het bereiken van minimaal zes maanden ongesubsidieerd werk. Tijdens het traject kan het re-integratiebedrijf dan gebruik maken van een opstapsubsidie voor de klant.

In de aanbesteding wordt minder uitgebreide dienstverlening ingekocht (SoZaWe vanaf 1-1-10)

In de huidige contracten wordt aan partijen gevraagd een zeer uitgebreid programma aan te bieden voor klanten. Uiteraard heeft dit geleid tot relatief kostbare trajecten. Het is noodzakelijk om een versobering in de inkoop te realiseren. Er zal meer gebruik gemaakt moeten worden van voorzieningen die op een andere wijze gefinancierd kunnen worden.

Verlagen plafond van het Persoonsgebonden Re-integratie Budget (PRB) van € 10.000 naar € 5.000 en alleen nog voor klanten met een kans op ongesubsidieerde uitstroom (Collegebesluit 9 december 2008).

Op dit moment is het maximumbedrag voor de PRB € 10.000. Dit bedrag is beduidend hoger dan andere gemeenten en het UWV hanteren voor vergelijkbare trajecten. Alleen klanten die in staat zijn om ongesubsidieerd uit te stromen kunnen nog gebruik maken van de regeling.

Participatieplaatsen (Gemeenteraad, 26 maart 2009)

Op 26 maart 2009 ontvangt de raad een voorstel ter besluitvorming met betrekking tot de participatieplaatsen. Wanneer de raad hiermee instemt, kunnen vanaf 1 juli de participatieplaatsen geleidelijk worden gerealiseerd. Er is rekening gehouden met 500 participatieplaatsen.

Wijzigingen in de loonkostenvergoedingen.

Effect: € 24,2 miljoen

Stopzetten tijdelijke banen voor WSW-kandidaten (Collegebesluit 28 oktober 2008)

Tot 29 oktober vergoedde de gemeente voor zowel bijstandsgerechtigden als voor personen met een UWV-uitkering de kosten voor een tijdelijke baan voor de periode dat zij wachtten op een WSW-dienstbetrekking. De wachttijd voor klanten met een WSW-indicatie is de afgelopen tijd teruggelopen tot ruim een half jaar, waardoor het niet meer noodzakelijk is om dit met een dienstverband in te korten.

Vangnet 2008 plafond van 500 (Collegebesluit 28 oktober 2008, art. 17 lid 3 re-integratieverordening 2004)

Om een verder oplopen van het tekort te voorkomen, is op 28 oktober een plafond voor de vangnetsubsidies ingesteld. Wel is afgesproken dat wanneer er voor 29 oktober al een succesvolle match tussen werknemer en sollicitant tot stand was gekomen, de vangnetsubsidie nog kon worden aangevraagd. De gemeente wilde de gerechtvaardigde verwachtingen van kandidaat-werknemer en werkgever honoreren. Het uiteindelijke resultaat is geweest, dat er in 2008 in totaal 637 vangnetsubsidies zullen worden toegekend.

Uitstroompremie voor werknemers op een baan met vangnetsubsidie (Collegebesluit 28 oktober 2008/Raad 26 maart 2009)

Wanneer de werknemer op een vangnetbaan eerder dan de looptijd van de vangnetsubsidie uitstroomt naar een ongesubsidieerde baan en dit is een duurzame uitstroom, ontvangt de werknemer een uitstroompremie van € 1.000.

Plafond vangnet voor 2009 op 0. (Collegebesluit 9 december 2008, art. 17 lid 3 re-integratieverordening 2004

In 2009 is er geen budget meer beschikbaar voor de vangnetsubsidie, gezien de hoogte van de subsidie en de langdurige verplichting die uit een toekenning volgt. De werkgever zal gebruik kunnen maken van de opstapsubsidie. Met ingang van 1 juli 2009 zal er een alternatief zijn voor klanten die wel kunnen werken, maar geen betaalde baan kunnen krijgen wanneer de werkgever alleen een opstapsubsidie kan aanvragen. De regeling van de participatieplaats zal voor 1 april 2009 ter besluitvorming aan de Raad worden aangeboden, met als beoogde invoeringsdatum 1 juli 2009.

Plafond Opstap in 2009 op 400 (Collegebesluit 9 december 2008, art. 17, lid 4 re-integratieverordening 2004)

Om te voorkomen dat het aantal loonkostensubsidies ook in 2009 erg hoog wordt, wordt een plafond voor de opstapsubsidie vastgesteld van 400 toekenningen.

Hoogte Opstapsubsidie wordt verlaagd van € 12.500 naar € 10.000. (Raad 5 februari 2009)

Een loonkostensubsidie van € 10.000 wordt gezien als een redelijke vergoeding voor de werkgever van de lagere productiviteit van de werknemer. Deze hoogte is ook vergelijkbaar met de subsidiehoogte van andere gemeenten.

De opstapsubsidie is uitsluitend nog voor bijstandsgerechtigden (Collegebesluit 9 december, art. 4, lid 4 re-integratieverordening 2004)

In de huidige regelgeving kan een werkgever voor een niet-uitkeringsgerechtigde een opstapsubsidie aanvragen. Om maximaal budget te reserveren om bijstandsgerechtigden te ondersteunen bij hun uitstroom naar betaald werk, staat de opstapsubsidie alleen nog open voor bijstandsgerechtigden. De arbeidsmarktpositie van de modale bijstandsgerechtigde is ook ongunstiger dan die van de niet-uitkeringsgerechtigde.

Een plafond op het aantal betaalde Doe Mee banen van 200. (SoZaWe, per 1 januari 2009/Gemeenteraad, 26 maart 2009, vaststellen nieuwe re-integratieverordening i.v.m. participatieplaatsen)

In het contract met UW is overeengekomen dat er maximaal 250 Doe Mee werknemers een dienstverband kan worden aangeboden. Dit aantal wordt verlaagd naar 200. De re-integratieopdracht aan de Doe Mee organisatie blijft wel gelijk, namelijk maximaal 250 plaatsen. Echter vanaf 1 juli 2009 zullen klanten worden aangemeld voor een participatieplaats met behoud van uitkering in plaats van voor een Doe Mee baan. Wanneer een van de 200 Doe Mee medewerkers uitstroomt, zal deze vervangen kunnen worden door een bijstandsgerechtigde op een participatieplaats. Het maximum van 250 plaatsen blijft dus in stand, maar zal opeenvolgend omgezet worden naar participatieplaatsen met behoud van uitkering.

Overige maatregelen in de organisatie van het re-integratieaanbod.

Effect: € 8,3 miljoen

Bonus voor re-integratiebedrijven wanneer zij klanten eerder bemiddelen naar ongesubsidieerd werk (SoZaWe vanaf 1-1-09)

Om de re-integratiebedrijven te stimuleren tot het versneld doorplaatsen van vangnetmedewerkers naar een ongesubsidieerde baan wordt de resultaatverbintenis in het kader van het ontwikkelplan nazorg gewijzigd. Nu ontvangen de bedrijven de tweede 50% van de trajectprijs voor een ontwikkelplan nazorg wanneer zij de klant duurzaam plaatsen op een hogere trede (opstap of een baan zonder subsidie). Er wordt een nieuw voorstel gedaan: de bedrijven krijgen 80% wanneer zij de klant in het eerste vangnetjaar doorbemiddelen naar een baan zonder subsidie, 60% wanneer dat in het tweede vangnetjaar gebeurt en 20% vanaf het derde loopjaar van de vangnetsubsidie.

Klantmanagers dienen 80 klanten per jaar extra te bemiddelen naar ongesubsidieerd werk (SoZaWe 1-1-09)

De prognose voor de jaren 2009 tot en met 2011 ging uit van een bepaalde taakstelling voor de teams van klantmanagers. De inspanningen van de klantmanagers om klanten uit te laten stromen dienen verhoogd te worden. Per jaar moeten er 80 klanten meer bemiddeld worden dan eerder was voorzien.

Personeelszaken van de gemeente Utrecht wordt gevraagd om gesubsidieerde banen om te zetten in ongesubsidieerde. (College, 9 december 2008)

Met Personeelszaken van de gemeente Utrecht worden afspraken gemaakt om de gemeentelijke werknemers op een vangnetbaan zo snel mogelijk door te laten stromen op ongesubsidieerde banen binnen de gemeente.

Bezuinigen op formatie/kosten van diverse gemeentelijke re-integratieonderdelen (SoZaWe vanaf 1-1-09)

De gemeente voert zelf ook een aantal re-integratietaken uit. De organisatie legt zich de opdracht op om in de kosten hiervan een reductie te realiseren van 20%.

Het resultaat van de maatregelen

Gevolgen voor het re-integratiebudget

Het resultaat op het re-integratiebudget, wanneer al deze maatregelen worden geëffectueerd, ziet er als volgt uit:

Verloop overzicht W-deel, cijfers van 2008 e.v. na nemen maatregelen

     

Cijfers 2004 t/m 2007 zijn realisatiecijfers. Cijfers 2008 t/m 2010 zijn prognoses.

     

Bedragen * € 1.000

        

Beschikbaar budget WWB-Werkdeel

        
 

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

WWB budget W-deel

50.491

51.291

49.627

46.891

44.489

41.612

39.137

36.637

ESF ontvangst

2.458

3.296

752

3.850

307

 

505

505

Overschot voorgaand jaar

9.664

13.849

28.427

37.220

35.168

16.933

139

-3.828

Onttrekking fonds ID

0

1.387

      

Totaal beschikbaar budget

62.613

69.823

78.806

87.961

79.964

58.545

39.781

33.314

Het beschikbare budget per jaar is opgebouwd uit het door het rijk toegekende budget WWB-werkdeel, de zogenaamde meeneemregeling en eventuele ESF inkomsten.

Het macrobudget voor het WWB-Werkdeel wordt op basis van een verdeelmodel verdeeld over de gemeenten. Het macrobudget voor de jaren tot en met 2011 is bekend, omdat daar afspraken over gemaakt zijn in het bestuursakkoord. Voor Utrecht daalt het budget jaarlijks met zo’n € 2,5 miljoen.

In de WWB is geregeld dat overschotten in een bepaald jaar meegenomen mogen worden naar het volgend jaar ter financiering van re-integratie activiteiten. Hieraan is een maximum verbonden van 75% van het in het betreffende jaar toegekende rijksbudget. Indien meer dan 75% wordt overgehouden, moet dit meerdere worden terugbetaald aan het rijk. In de afgelopen jaren heeft Utrecht grote overschotten gekend waardoor maximaal gebruik gemaakt is van de meeneemregeling.

Door de groeiende kosten van de loonkostensubsidies en het jaarlijks lagere rijksbudget wordt ook het bedrag van de meeneemregeling vanaf 2008 minder dan maximaal. Dit heeft tot gevolg dat het beschikbare budget vanaf 2009 snel daalt.

Tot en met 2007 hebben wij re-integratieactiviteiten uitgevoerd waarvoor ook ESF-subsidie was aangevraagd. In verband met de strengere voorwaarden aan de nieuwe ESF-periode (bijvoorbeeld doelgroep en samenwerkingseisen met andere partijen) en de overschotten op het W-deel is er voor 2008 en 2009 geen ESF-subsidie aangevraagd. Onderzocht wordt of het mogelijk en financieel aantrekkelijk is om voor 2010 ESF-subsidie aan te vragen.

Kosten re-integratie-instrumenten

        
 

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

Werk loont

  

949

10.086

11.645

7.306

6.788

6.788

Kosten vangnet-plusbanen

  

1.887

4.413

4.546

4.159

3.736

3.259

Kosten vangnetbanen

68

1.586

4.544

11.610

20.157

18.355

6.568

575

Kosten opstapbanen

76

1.244

1.435

1.544

1.847

2.770

4.169

4.169

Kosten afbouw ID

38.400

16.986

6.159

-254

0

0

0

0

Kosten premies werknemers en bonussen re-integratiebedrijven

     

1.525

200

0

Doe mee banen

   

93

3.167

5.557

4.511

2.447

Verloning jongeren

   

774

937

359

359

359

Participatieplaatsen

     

390

2.588

1.581

Basiskosten re-integratie

9.961

10.668

14.692

13.058

10.606

8.380

7.442

6.966

Re-integratie zorgklanten

   

953

2.192

3.052

1.267

1.267

PRB

   

62

345

250

250

250

Premiebeleid

   

122

599

300

300

300

Vrijwilligerswerk in de wijken

    

505

573

573

573

WSW t.l.v. W-deel

  

1.340

1.661

1.394

570

0

0

Schuldhulpverlening

0

255

699

1.171

1.809

1.813

1.813

1.813

Overige kosten

259

5.203

2.504

4.242

3.283

3.046

3.046

2.932

Bekende correctie op kasbasis

 

5.454

 

756

0

   

Totaal kosten

48.764

41.396

34.208

50.292

63.031

58.406

43.610

33.280

Resultaat op WWB-Werkdeel

        
 

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

Beschikbaar budget -/- kosten

13.849

28.427

44.598

37.670

16.933

139

-3.828

34

         
         

Maximale bedrag meeneemregeling

37.868

38.468

37.220

35.168

33.367

31.209

29.353

27.478

         

Terug te betalen

0

0

7.378

2.502

0

0

0

0

         

Mee te nemen naar volgend jaar

13.849

28.427

37.220

35.168

16.933

139

-3.828

34

Belangrijkste conclusie: Eind 2011 zijn de inkomsten en uitgaven op het re-integratiedeel van het WWB-budget in balans. Vanzelfsprekend zal heel strak gevolgd worden in welke mate de prognoses ook daadwerkelijk gerealiseerd worden. In de gepresenteerde bedragen zijn heel veel aannames verwerkt en aangezien het over een redelijk lange periode gaat, zal de werkelijkheid zich vast grilliger gedragen dan de prognoses.

Gevolgen voor het inkomensbudget

De maatregelen hebben consequenties voor de uitstroommogelijkheden van de bijstandsgerechtigden en daarmee op het Inkomensdeel van het WWB-budget.

Ontwikkelingen aantallen klanten en uitgaven

    

Na verwerking maatregelen

     

Klantenontwikkeling

     

jaar

2007

Verwachting 2008

2009

2010

2011

stand 1-1

8.074

6.833

6.300

6.024

5.873

stand 31-12

6.833

6.300

6.024

5.873

5.665

gemiddeld

7.451

6.567

6.162

5.949

5.769

Financieel (* € 1.000)

     

jaar

2007

Verwachting 2008

2009

2010

2011

totale kosten uitkeringen 65-

90.902

81.827

78.259

75.546

73.263

Overige kosten

10.437

16.035

15.778

11.730

8.980

Totale kosten

101.340

97.862

94.037

87.276

82.242

      

Budget Rijk

93.287

92.763

90.681

87.144

86.744

      

Tekort (-)/Overschot (+)

-8.053

-5.099

-3.356

-132

4.502

      

Stand FWI 31-12 na bestedings- en dekking voorstellen

4.182

-918

-4.274

-4.406

96

*In de post overige kosten zijn onder andere kosten opgenomen voor WiGo4It, apparaat, jongerenloket en de bijdragen aan Werk loont en Workfirst jongeren.

Door de maatregelen op het I-deel wordt eind 2011 een aantal bijstandspartijen tot 65 jaar verwacht van 5.665. Dit is 375 bijstandspartijen meer dan zonder de maatregelen op het re-integratiebudget verwacht werd.

Financieel betekent dit dat er in 2009 en 2010 tekorten zullen ontstaan op het inkomensbudget, dit tekort zal in 2011 opgelost zijn.

Het resultaat zonder de maatregelen

De uitgaven op het re-integratiebudget hebben de afgelopen jaren grote schommelingen gekend. Was tot een jaar geleden nog het "probleem" dat er aan het eind van het jaar een enorm overschot op het re-integratiebudget bestond en er zelfs een deel hiervan terugbetaald moest worden aan het Ministerie, in 2008 is dit beeld ingrijpend omgedraaid. De extreme kanteling is deels veroorzaakt door het feit dat Utrecht een heel snelle afbouw van de ID-banen heeft kunnen realiseren en dat het relatief lang heeft geduurd voordat de nieuwe loonkostensubsidies werden benut. Hierdoor er een aantal jaren sprake geweest van grote overschotten. Door de vervolgens exponentieel stijgende vangnetsubsidies is de enorme kanteling veroorzaakt. Deze kanteling is mede veroorzaakt door de veel lagere bijdrage van het Ministerie aan de gemeente om de re-integratieactiviteiten te financieren. Was in 2006 de bijdrage bijna € 50 miljoen, in 2011 is dit gedaald naar ruim € 36,5 miljoen.

In tabel 1 treft u de ontwikkelingen in de verschillende onderdelen van de re-integratie sinds de invoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB), zonder dat er maatregelen worden genomen.

Verloop overzicht W-deel, cijfers van 2008 e.v. zonder nemen maatregelen

   

Cijfers 2004 t/m 2007 zijn realisatiecijfers. Cijfers 2008 t/m 2010 zijn prognoses.

    

Bedragen * € 1.000

       

Beschikbaar budget WWB-Werkdeel

       
 

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

WWB budget W-deel

50.491

51.291

49.627

46.891

44.489

41.612

39.137

ESF ontvangst

2.458

3.296

752

3.850

307

  

Overschot voorgaand jaar

9.664

13.849

28.427

37.220

35.168

14.970

-16.719

Onttrekking fonds ID

0

1.387

     

Totaal beschikbaar budget

62.613

69.823

78.806

87.961

79.964

56.582

22.419

Kosten re-integratie-instrumenten

       
 

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

Werk loont

  

949

10.086

12.519

12.632

12.040

Kosten vangnet-plusbanen

  

1.887

4.413

4.546

4.374

4.022

Kosten vangnetbanen

68

1.586

4.544

11.610

20.293

26.511

29.130

Kosten opstapbanen

76

1.244

1.435

1.544

1.847

1.274

848

Kosten afbouw ID

38.400

16.986

6.159

-254

0

0

0

Kosten premies werknemers en bonussen re-integratiebedrijven

       

Doe mee banen

   

93

3.551

5.575

7.061

Verloning jongeren

   

774

937

781

781

Participatieplaatsen

       

Basiskosten re-integratie

9.961

10.668

14.692

13.058

10.559

9.797

9.539

Re-integratie zorgklanten

   

953

2.192

4.025

4.475

PRB

   

62

345

424

424

Premiebeleid

   

122

599

300

300

Vrijwilligerswerk in de wijken

    

505

573

573

WSW t.l.v. W-deel

  

1.340

1.661

1.394

1.267

1.267

Schuldhulpverlening

0

255

699

1.171

1.809

1.813

1.813

Overige kosten

259

5.203

2.504

4.242

3.901

3.954

3.954

Bekende correctie op kasbasis

 

5.454

 

756

0

  

Totaal kosten

48.764

41.396

34.208

50.292

64.994

73.300

76.228

Resultaat op WWB-Werkdeel

       
 

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

Beschikbaar budget -/- kosten

13.849

28.427

44.598

37.670

14.970

-16.719

-53.809

        
        

Maximale bedrag meeneemregeling

37.868

38.468

37.220

35.168

33.367

31.209

29.353

        

Terug te betalen

0

0

7.378

2.502

0

0

0

        

Mee te nemen naar volgend jaar

13.849

28.427

37.220

35.168

14.970

-16.719

-53.809

De belangrijkste oorzaak voor het uit balans raken van de inkomsten en uitgaven is het gebruik van de vangnetsubsidie. In 2010 zouden de kosten hiervan bij ongewijzigd beleid opgelopen tot € 34 miljoen.

In de nota "Aan de poort, op de ladder en aan het werk" is rekening gehouden met een jaarlijkse instroom op vangnetbanen van 125. In 2007 en 2008 zijn veel hogere aantallen gerealiseerd

Maar daarnaast vormen ook Werk Loont en Doe Mee grote kostenposten met respectievelijk € 12 miljoen en € 7 miljoen in 2010. Uiteraard legt de intensivering van de inspanningen op re-integratiegebied voor de zorgklanten ook een behoorlijk beslag op het budget, met bijna € 4,5 miljoen.

De vangnetsubsidie kent een looptijd van drie jaar, evenals de dienstverbanden voor Doe Mee-werknemers. De contracten met de meeste re-integratiebedrijven kennen een looptijd tot en met 2009. Daarmee zijn de mogelijkheden om snelle resultaten te bereiken op het financiële resultaat beperkt.

Gevolgen voor het inkomensbudget

Zonder de maatregelen zien de uitstroommogelijkheden van de bijstandsgerechtigden en daarmee op het Inkomensdeel van het WWB-budget er als volgt uit.

Ontwikkelingen aantallen klanten en uitgaven

    

Zonder maatregelen

     

Klantenontwikkeling

     

Jaar

2007

Verwachting 2008

2009

2010

2011

stand 1-1

8.074

6.833

6.300

5.810

5.550

stand 31-12

6.833

6.300

5.810

5.550

5.290

gemiddeld

7.451

6.567

6.055

5.680

5.420

      
      

Financieel ( * € 1.000)

     

Jaar

2007

Verwachting 2008

2009

2010

2011

totale kosten uitkeringen 65-

90.902

81.827

76.899

72.136

68.834

Overige kosten

10.437

16.035

13.115

9.217

6.467

Totale kosten

101.340

97.862

90.013

81.353

75.301

      

Budget Rijk

93.287

92.763

90.681

87.144

86.744

      

Tekort (-)/Overschot (+)

-8.053

-5.099

667

5.791

11.443

      

Stand FWI 31-12 na bestedings- en dekking voorstellen

4.182

-918

-250

5.541

16.984

*In de post overige kosten zijn onder andere kosten opgenomen voor WiGo4It, apparaat, jongerenloket en de bijdragen aan Werk loont en Workfirst jongeren.

Inrichting van het aanbod voor de onderkant van de arbeidsmarkt

Momenteel is een groot deel van de Vangnet-medewerkers actief op werkplekken bij organisaties die min of meer als re-integratiebedrijf zorgen voor begeleiding en training en daarnaast taken en functies invullen die van belang zijn voor de stad. Door het wegvallen van de Vangnetsubsidies komt ook deze opgebouwde infrastructuur in het geding.

Daarnaast zijn er twee ontwikkelingen op rijksniveau gaande:

de besluitvorming over de Wet Stap (Stimulering ArbeidsParticipatie) is vrijwel afgerond; hierin worden een aantal regels geformuleerd waarbinnen werken met behoud van Wwb-uitkering mogelijk wordt om de arbeidsinpassing te bevorderen

het rapport van de commissie De Vries met nieuwe voorstellen om de onderkant van de arbeidsmarkt op een andere wijze aan de arbeidsmarkt deel te laten nemen

Om de afbouw van de Vangnetbanen en een opbouw van een nieuwe systematiek zo verantwoord mogelijk vorm te geven, hebben wij besloten tot het instellen van een extern onderzoek, resulterend in een advies, voor 1 april 2009.

In dit advies zal enerzijds aandacht worden besteed aan de mogelijkheden die de toekomstige wetgeving en ontwikkeling biedt en van ons vraagt en anderzijds een oordeel bieden op de vraag in hoeverre (delen van) de huidige infrastructuur hierin een rol kan blijven spelen.

Dit advies zal een nadere invulling geven aan de aanbesteding van de taak om Participatieplaatsen in Utrecht vanaf 2010 te realiseren.

De concept-opdrachtformulering voor dit advies is als bijlage 1 toegevoegd.

Hoofdlijnen Aanbesteding 2010

Het merendeel van de huidige re-integratiecontracten eindigt op 31 december 2009. Aangezien aanbesteden tijd kost, dienen er voor 1 januari 2009 beslissingen genomen te zijn met betrekking tot de hoofdlijnen van de nieuwe re-integratie. De aanbestedingen kunnen dat begin 2009 van start gaan.

Doel van de re-integratie is het realiseren van een duurzame oplossing voor WWB-gerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden op drie terreinen: regulier ongesubsidieerd werk, een startkwalificatie en inburgering/participatie.

Niet alle drie de doelstellingen hoeven voor iedere klant gerealiseerd te worden, maar het is mogelijk dat er op drie fronten gewerkt wordt.

Betaald werk zien we als de sleutel voor ook de inburgering en het behalen van een startkwalificatie. Kortom, via een combinatie van werk en opleiding (taal en/of beroepskwalificatie) is het doel van duurzaamheid (ook voor de langere termijn) het best te realiseren.

In Bijlage 2 worden de hoofdlijnen voor de aanbestedingen nader uitgewerkt.

Risico’s

Bij het inzetten van de maatregelen en het opstellen van een prognose van de gevolgen, zijn we uitgegaan van aannames. De kans is reëel dat de werkelijkheid gaat afwijken van de prognose. Door een goede informatieanalyse en –verstrekking beschikken we over de informatie om tijdig in te grijpen, maar onzekerheid over de uitkomsten van het nieuwe beleid blijven.

De in deze notitie gepresenteerde maatregelen grijpen in op de mogelijkheden van de klanten van SoZaWe om een betaalde baan te verwerven. Deels gebeurt dat door de constructies, waarbij SoZaWe de loonkosten financiert, te vervangen door het werken met behoud van uitkering. Dit betreft bijvoorbeeld de Doe Mee-banen, maar ook een deel van de huidige vangnetbanen. Daarnaast zijn de mogelijkheden tot ondersteuning van klanten bij hun re-integratie en de vergoeding van werkgevers voor een lagere productie van hun medewerkers minder. Dit beperkt de mogelijkheden van de bijstandsklanten op een betaalde baan. Dat leidt ertoe dat een deel van de klanten die tot nu toe wel een betaalde (gesubsidieerde) baan konden vinden, nu ofwel langer in de uitkering blijven of helemaal aangewezen blijven op een uitkering. Dit risico is – voor zover voorzien kan worden – meegenomen in de prognoses.

De maatregelen worden genomen in een tijd, dat niet alleen in Nederland, maar mondiaal, het gunstige economische tij scherp keert. De verwachting is, dat de werkgelegenheid in 2009 en zal teruglopen. Werknemers die door de recessie ontslagen worden, zullen een geduchte concurrent zijn voor sollicitanten met een verouderde opleiding en ervaring. De gevolgen van de maatregelen zijn wel opgenomen in de prognoses, maar de gevolgen van de recessie niet.

In de prognoses is uitgegaan van onze huidige informatie met betrekking tot de budgetten die door het Ministerie van SZW aan de gemeente zullen worden verstrekt. Met betrekking tot het re-integratiebudget zijn dat inschattingen. Het bestuursakkoord bepaalt tot en met 2011 welk bedrag de gemeente ontvangt op het inkomensdeel van het budget. Vanaf 2012 is het onbekend welk budget de gemeente ontvangt. De verwachting is, dat dit budget beduidend lager is dan het budget van 2011.

Een deel van de maatregelen heeft negatieve consequenties voor de re-integratiebedrijven en zoekt de grens op van de contractafspraken.

Het hogere aantal bijstandsklanten en de verschuiving van taken van de re-integratiebedrijven naar de klantmanager kan leiden tot een groter aantal klantmanagers dan tot nu toe begroot en daarmee tot hogere apparaatskosten.

Het vervolg

De opdrachtverstrekking aan een extern adviesbureau met betrekking tot het voorstel voor de onderkant van de arbeidsmarkt dient meervoudig onderhands te geschieden, gezien de mogelijke omvang van de opdracht. De voorfase van deze aanbesteding loopt al en de beschrijving van de opdracht zal uiterlijk 19 december 2008 aan mogelijke partijen verstrekt worden, met als doel om uiterlijk 12 januari 2009 de opdracht laten starten.

De eerste versie van het rapport dient begin maart 2009 opgeleverd te worden en de eindversie in de tweede helft van maart 2009.

De maatregelen die tot de uitvoeringsverantwoordelijkheid van SoZaWe behoren worden al geïmplementeerd. De voorbereiding van de uitvoering van veel van deze maatregelen is nu al in volle gang. De verwachting is dat dit voor een groot deel op 1 januari 2009 is afgerond.

Van de besluiten waarvoor een collegebesluit nodig is start de implementatie en communicatie vanaf 10 december 2008.

De maatregelen waarvoor een raadsbesluit nodig is en een wijziging van de re-integratieverordening zullen zo mogelijk in de vergadering van maart 2009 ter besluitvorming aan de raad worden voorgelegd.

Een belangrijk onderdeel hiervan is het voorstel om invulling te geven aan de participatiebanen in Utrecht.

De invoeringsdatum van deze maatregelen zal 1 juli 2009 zijn.

Vanzelfsprekend zal SoZaWe een goede bewaking op de ontwikkeling in het financiële resultaat verzorgen.

BIJLAGE 1 Inrichting van het aanbod voor de onderkant van de arbeidsmarkt

Inleiding

Utrecht kent een aantal organisaties dat een rol vervult in het re-integreren van klanten met een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt. Deze organisaties nemen veelal de bijstandsklanten in dienst met behulp van een vangnetsubsidie. De werknemers worden begeleid bij het uitvoeren van maatschappelijk nuttige activiteiten en bij het vinden van ongesubsidieerd werk. Een deel van de werknemers volgt ook een opleiding, leidend tot een startkwalificatie. Het bedrijf functioneert daarmee als een leerwerkbedrijf. In een aantal gevallen is er sprake van een detachering bij inleners in de stad Utrecht.

Hiermee vervullen de organisaties via hun medewerkers een maatschappelijke taak in Utrecht. Dit is overigens geen specifieke taak voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, maar kan ook de opdracht van andere gemeentelijke diensten, zoals Stadswerken betreffen.

De organisaties zijn onder meer Cartesius, Bouwloods, UB 2000.

Bij het wegvallen van de financiering via Vangnet ontstaat er een probleem bij deze bedrijven. De gemeente Utrecht wil een externe partij de opdracht geven om een aantal scenario’s uit te werken voor de inrichting van deze dienstverlening. Door middel van een kort intensief onderzoek wordt een partij gevraagd om de volgende vragen te beantwoorden.

Geef een korte schets van de huidige situatie

Welke organisaties vervullen in Utrecht een maatschappelijke rol, waarbij het werkgeverschap aangevuld wordt met het uit laten voeren van maatschappelijk nuttige activiteiten in de stad Utrecht, al dan niet gecombineerd met het volgen van een beroepsopleiding door de werknemers?

Welke instrumenten, waaronder de verschillende loonkostenvergoedingen, zetten deze bedrijven in om hun doel te realiseren?

Welke taken en functies vervult de organisaties, uitgedrukt in fte’s (van minimaal 32 uur per week)? Met andere woorden welke voorzieningen biedt de organisatie aan de burgers van de stad?

Welke omzet maakt het bedrijf, in relatie tot het aantal fte’s. Hoe zijn de kosten globaal verdeeld over loonkosten, begeleiding deelnemers en overhead?

Wat zijn de behaalde resultaten over de afgelopen jaren (met betrekking tot de instroom van 2006, 2007 en 2008) voor zover het betreft doorstroom naar ongesubsidieerd werk en het behalen van een startkwalificatie?

Hoeveel betalende opdrachtgevers heeft het bedrijf en hoeveel fte werk levert dit op en in welke sectoren?

In welke mate is er sprake van afnemers (inleners) die een baangarantie afgeven?

Schets voor de toekomst vanaf 2011

Scenario’s

Schets aan de hand van twee of drie scenario’s, toegelicht met voor- en nadelen van de voorstellen, op welke wijze Utrecht invulling zou kunnen geven aan de taak om klanten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt werkervaring, begeleiding bij hun re-integratie en mogelijk een startkwalificatie te bieden. Betrek hierbij ook de bijdrage van het werk van betrokkenen aan de stad.

Beoordeel in welke mate de huidige organisaties bereid zijn om met elkaar te zoeken naar samenwerking, gezamenlijke uitvoering, fusie, afstoten/overdragen van eigen taken, etcetera.

Beschrijf de rol die de verschillende opdrachtgevende gemeentelijke diensten in de scenario’s kunnen krijgen en hoe zij daar zelf tegenover staan.

Ga bij het beschrijven van de scenario’s uit van het wetsontwerp STAP voor de participatieplaatsen.

Ga uit van een maximaal aantal bezette participatieplaatsen van minimaal 32 uur per week van 500

Bezoek – ter vergelijking – drie andere steden, waaronder Amsterdam, om ideeën op te doen voor de vormgeving van het project

Onderzoek ook de systematiek die in het pilot Loonwaardebepaling in Amsterdam is uitgevoerd.

Houd rekening met een maximale bijdrage vanuit SoZaWe aan begeleidingskosten voor een participatiebaan van € 7.500 per fte over de eerste twee jaar (€ 5.000 eerste jaar, € 2.500 tweede jaar) en € 3.500 per fte voor een verlenging met twee jaar (€ 2.500 voor het derde jaar en € 1.000 voor het vierde jaar) en een bedrag voor een bonus van € 500 per jaar per fte kandidaat op een participatiebaan.

Het behalen van een startkwalificatie kan een doel van het traject zijn. In het wetsontwerp STAP is het aanbieden van scholing expliciet opgenomen. Onderzoek in welke mate dit met een voorliggende financiering dit kan gebeuren via de ROC’s en in welke mate er aanvullende scholing gefinancierd moet worden.

Naast de hierboven genoemde organisaties als Cartesius, Bouwloods en UB 2000 dienen ook organisaties met een vergelijkbare opdracht betrokken te worden bij het uitwerken van de scenario’s. Dit zijn UW Reïntegratie voor wat betreft het Doe Mee project en ten aanzien van het begeleid werken.

Onderzoek of het UWV ook geïnteresseerd is om gebruik te maken van de te creëren infrastructuur voor hun klanten.

Opbouw van een programma

Ga in de opbouw van het traject uit van de volgende onderdelen, die op een efficiënte en effectieve wijze aan elkaar gekoppeld moeten worden: een stedelijke indicatiestelling in opdracht van toeleiders als SoZaWe, UWV of anderen. Werk uit op basis van welke criteria een klant wel of niet tot de doelgroep van een participatiebaan hoort.

Meteen hieraan gekoppeld een praktisch ingericht assessment, waarin bepaald wordt in welke sector en op welke functie de klant het best tot zijn recht komt. Het assessment moet ook inzicht geven in een bepaling van de loonwaarde.

Realiseer dat klanten meteen aansluitend doorverwezen kunnen worden naar een passende werkplek.

Beschrijf op welke wijze deze participatieplaatsen organisatorisch het beste vormgegeven kunnen worden, bijvoorbeeld op basis van een sectorale verdeling, een wijkgerichte benadering, een invulling op basis van potentieel opdrachtgeverschap, etcetera.

Het vervolg

Het resultaat van dit onderzoek zal worden gebruikt voor de aanbesteding van deze programma’s.

BIJLAGE 2 Hoofdlijnen Aanbesteding 2010

Inleiding

Het merendeel van de huidige re-integratiecontracten eindigt op 31 december 2009. Aangezien aanbesteden tijd kost, dienen er voor 1 januari 2009 beslissingen genomen te zijn met betrekking tot de hoofdlijnen van de nieuwe re-integratie. De aanbestedingsprocedures kunnen dat begin 2009 in gang gezet worden.

Doelstellingen van de aanbestedingen:

De belangrijkste criteria voor een goede voorbereiding en uitvoering zijn:

Er wordt voor de verschillende klantgroepen van SoZaWe een passend aanbod gerealiseerd, binnen de gestelde doelstellingen en prioriteiten van de gemeente Utrecht.

Er bestaat draagvlak voor de keuzes die gemaakt worden bij Bestuur, Raad en Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (SoZaWe, Bureau Inburgering en Onderwijs).

Het aanbod past binnen de financiële mogelijkheden en verantwoordingsverplichtingen van SoZaWe (Participatiebudget)

Er wordt aan de re-integratiepartijen een realistisch beeld geschetst van de te verwachten omvang en inhoud van de opdracht(en)

De gestelde termijnen voor de aanbestedingen worden gehaald en de implementatie van de afgesloten contracten heeft zo veel als mogelijk vóór 1 oktober 2009 plaats kunnen vinden.

Het proces tot nu toe

In oktober en november is een aantal malen een brainstorm uitgevoerd met verschillende interne en externe partijen. In deze bijeenkomsten is gesproken over de volgende onderwerpen:

Wat moet het doel zijn van de re-integratie?

Kopen we op instrumentniveau in of een samenstel van instrumenten voor specifieke groepen klanten?

Voor welke specifieke groepen klanten moeten we dan inkopen?

Welke ontwikkelingen zien we in ons klantenbestand, dus voor wie moet de gemeente een re-integratieaanbod inkopen?

Welke ontwikkelingen zien we op de arbeidsmarkt, dus welke kansen zijn er voor onze klanten?

Welke ontwikkelingen zijn nodig/mogelijk in het re-integratieaanbod, dus wat werkt?

Hieronder wordt beschreven welke hoofdlijnen er te destilleren zijn uit het proces tot nu toe.

De hoofdlijnen

Het doel

Doel van de re-integratie is het realiseren van een duurzame oplossing voor WWB-gerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden op drie terreinen: regulier ongesubsidieerd werk, een startkwalificatie en inburgering/participatie.

Niet alle drie de doelstellingen hoeven voor iedere klant gerealiseerd te worden, maar het is mogelijk dat er op drie fronten gewerkt wordt.

Betaald werk zien we als de sleutel voor ook de inburgering en het behalen van een startkwalificatie. Kortom, via een combinatie van werk en opleiding (taal en/of beroepskwalificatie) is het doel van duurzaamheid (ook voor de langere termijn) het best te realiseren.

Inkoop van instrumenten of complete programma’s

SoZaWe kiest voor het aanbesteden van complete trajecten en niet voor het inkopen van instrumenten. De ervaringen met de mantelcontracten zijn positief, er kan veel parallel uitgevoerd worden en de kans dat er maatwerk geboden is, is groter.

Er zijn steeds meer klanten die te maken hebben met een meervoudige problematiek, een combinatie van schulden, privé-problemen, zoals scheiding, psychische problemen, lichamelijke klachten, gedragsproblemen en taalachterstand.

Voor welke doelgroepen

Uit de besprekingen zijn de volgende groepen naar voren gekomen:

Contract jongeren tot 27 jaar

Contract Dak- en Thuislozen (alle leeftijden)

Contract psychiatrische patiënten en verslaafden vanaf 27 jaar

Contract activering overige groepen vanaf 27 jaar

Contract voor het realiseren van participatieplaatsen in Utrecht

Uit de discussie bleek, dat er wellicht een groep is die nu niet bediend wordt door de huidige partijen, namelijk de klanten met beperkte verstandelijke vermogens. Momenteel wordt nog onderzocht door klantmanagers of dit inderdaad het geval is en in welke mate (kwantitatief en kwalitatief) Op basis van deze inventarisatie wordt besloten of iedere partij (zie boven ) een aanbod voor deze groep moet kunnen aanbieden, of dat een aparte aanbesteding voor deze groep moet starten.

De inhoud van de trajecten

De start van het traject is de eerste diagnosestelling door de klantmanager en de hierop volgende opdrachtverstrekking aan het re-integratiebedrijf.

Het traject bij het re-integratiebedrijf dient te beginnen met een korte, intensieve, praktische diagnose (assessment/Carrousel/EVC)

Het traject moet al heel snel aangevuld worden met een praktische component (betaald werk of werk met behoud van activering). Een loonkostensubsidie (opstap) kan door/via het RIB ingezet worden tijdens het traject. Het doel van het traject is dan ongesubsidieerde uitstroom.

In alle contracten dient een aanbod te zijn voor niet-willers.

Met betrekking tot de gecombineerde trajecten inburgering en re-integratie is het nodig om een stroomlijning in de uitvoering te realiseren. Er moet een nauwere relatie zijn tussen de partij die het re-integratieaanbod uitvoert en de partij die het taalaanbod verzorgt.

Voor klanten die ook klant van de OGGZ zijn, moet onderdeel van de opdracht zijn het zoeken van afstemming met de persoon die vanuit de OGGZ verantwoordelijk is voor de klant. De verschillende organisaties die de regie over de klant claimen, dienen hun activiteiten voor hun deel van het traject met elkaar af te stemmen, zodat het traject voor de klant overzichtelijk is en er maximaal rendement uit gehaald wordt.

Voor de participatieplaatsen is de opdracht het realiseren van een passende werkplek met doorstroommogelijkheden naar ongesubsidieerd werk en het zo mogelijk bieden van een startkwalificatie aan de deelnemers.

De aanbestedingsprocedures zullen niet de gehele dienstverlening betreffen die momenteel wordt ingekocht. Uit kostenoverwegingen wordt een minder uitgebreid pakket ingekocht. Maar zeker zo belangrijk is de ontwikkeling in de rol en functie van de klantmanager. De klantmanager kan zich vanaf volgend jaar veel meer concentreren op de re-integratie van de klant. Dat betekent ten eerste, dat de regiefunctie door de klantmanager versterkt worden. Ten tweede echter zal de klantmanager ook daadwerkelijk uitvoering gaan geven aan een deel van de re-integratieopdracht. De bemiddeling van klanten naar ongesubsidieerde banen, samen met Werk 030, de begeleiding van klanten op een vrijwilligersplaats, de begeleiding van klanten richting sociale activering zijn een paar voorbeelden.

 
< Vorige   Volgende >

 
top

Bedankt voor het bezoek aan onze site!